Daar geloof ik heilig in. Omdat ik zelf het bewijs hiervoor ben. Vroeger was ik extreem slecht in presenteren. Nu spreek ik dagelijks voor groepen en verdien ik er zelfs mijn brood mee.
Om dit te illustreren neem ik jullie graag mee naar mijn allerslechtste presentatie ooit. Mijn afstudeerpresentatie. Ik had maanden gewerkt aan mijn scriptie. Een plan van aanpak geschreven over hoe het verbeteren van de kwaliteit van vechtsport in Amsterdam. Super goed onderbouwd, een sterk rapport opgeleverd en een hoog cijfer. Mijn begeleiders waren enthousiast.
Het enige wat ik nog even hoefde te doen, was mijn scriptie verdedigen. Kat in het bakkie, dacht ik. Ik had me goed voorbereid en m’n slides gemaakt. En ergens dacht ik: dit komt wel goed.
Ik praatte veel te snel. Ik bewoog onrustig. Mijn verhaal schoot alle kanten op, zonder daadwerkelijke rode draad of structuur. Mijn verdediging van een half uur duurde ruim 65 minuten. En wat begon als een stevige boodschap werd een warrig betoog waar niemand echt wijzer van werd.
Het was gewoon slecht. Alles wat op papier overtuigend was, kwam totaal niet over in mijn presentatie. Ik kreeg m’n boodschap niet over de bühne. En dat deed pijn. Niet om het cijfer, maar om het gevoel dat ik mensen niet kon raken. Terwijl ik wist dat ik iets waardevols te zeggen had.
En dat was het moment dat ik besefte: presenteren is geen extraatje. Het is een kernvaardigheid. Een die ik nog niet had. Maar die ik wel wilde leren.
💡 Presenteren is geen gave. Het is gedrag. En gedrag kun je trainen.
In dit blog neem ik je mee in waarom presenteren te leren is. En welke lessen voor mij het verschil maakten.
Let’s go.