Hoofdstuk 3: Tempo

Wanneer je versnelt, wanneer je vertraagt en waarom dat het verschil maakt.

Inhoud van de les

Tempo bepaalt of mensen bij je blijven of je kwijtraken. Te snel? Mensen haken af. Te langzaam? Je klinkt vlak en ongeïnteresseerd.

In dit hoofdstuk ontdek je hoe ritme werkt: sneller bij context, trager bij kernzinnen en pauzes die je boodschap laten landen.

Goed spelen met tempo houdt aandacht vast.

Opdracht – De tempo-wissel

Jouw ideale spreektempo vinden is essentieel.

  1. Kies één zin die ertoe doet in jouw werk (bijv. je kernboodschap of Call to action).
  2. Neem ‘m drie keer op:
    • Te langzaam (overdrijf).
    • Te snel (maar nog verstaanbaar).
    • Bewust: aanloop iets sneller → mini-pauze → kernzin trager met één woord nadruk.
  3. Luister terug. Markeer het tijdstip waar je kernzin start. Welk van je uitspraken landt?

Reflectie

  • Waar en waarom haakte jij zelf af bij A of B?
  • Wat deed die mini-pauze met de aandacht?
  • Op welk moment in jouw verhaal ga je voortaan vertragen?

Tip: Test het ook vooral bij je collega of partner. Laat de verschillende opnames horen en vraag om feedback daarop.

  • Welke opname is het meest overtuigend en waarom?